BLOG: ‘Het belang van niets doen’

BLOG: ‘Het belang van niets doen’

Door: Paul Smits, bestuursadviseur TGIM

‘Bestuurders van zorginstellingen hebben steeds meer complexe vraagstukken die zij moeten oplossen met minder ondersteuning. Stafmedewerkers en management moeten het veld ruimen met als gevolg dat bestuurders (nog) harder moet werken en er geen tijd over blijft voor de broodnodige (zelf)reflectie. Dit is het begin van het einde.

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat, om de juiste beslissingen te kunnen nemen, mensen iedere dag een tijdje niets moeten doen. Geen afspraken, geen mail, geen telefoon, maar gewoon in een stoel zitten en nadenken over wat er allemaal speelt en de afgelopen tijd is gebeurd. Even helemaal niets doen is essentieel. Alleen dan kan het zogenaamde archiverende brein in ons hoofd aan de slag om te reflecteren. Helaas lijkt het er op dat hiervoor steeds minder tijd wordt gemaakt.

De druk vanuit de politiek en de samenleving op bestuurders in de not for profit wereld neemt buitenaardse proporties aan. Alles moet worden verantwoord. Er mag geen enkel risico worden gelopen. Er mag niets mis gaan. Bovendien verwachten diezelfde politiek en de maatschappij van bestuurders dat zij een organisatie runnen met zo min mogelijk personeel. Ik hoor te vaak van bestuurders dat zij onder die druk nog maar even niet kiezen voor versteviging van het management. “De financiën laten het niet toe.”

Ook vervanging probeert men op te lossen met eigen mensen. Dat laatste is een goed streven, want die “vervangers” doen een leerzame nieuwe ervaring op. Probleem is echter dat vaak de persoon die iemand vervangt, zelf niet wordt vervangen met als gevolg een “gat” op de eigen afdeling. Dit lijkt misschien een verkooppraatje van een adviseur van een interim management bureau, maar ik schrijf uit eigen ervaring. Een keer heb ik besloten een manager uit het management team met zwangerschapsverlof niet te vervangen. Ik dacht het zelf wel op te kunnen lossen. Wat kon het probleem nu zijn voor die paar maanden? Als snel bleek dat de ontwikkeling van het ziekenhuis een aanzienlijke achterstand opliep. Het uitstekend leidinggeven van de betreffende manager kon niet zomaar vervallen zonder gevolgen. Er was geen grote schade, maar voor iedereen was het wel een duidelijke les.

Ondanks het ongelooflijk goede team dat om mij heen stond in het Maasstad Ziekenhuis, heb ik mijzelf daar deels opgebrand. Ik nam te weinig tijd voor reflectie, vooral in het laatste jaar. Het was druk, druk, druk met nieuwbouw, ICT, kwaliteitsindicatoren, de keus voor het JCI-keurmerk, affiliate van Johns Hopkins, et cetera. Allemaal ten dienste van de patiënt. Maar er was onvoldoende tijd om af en toe te gaan zitten en ons af te vragen: “wat is er nu eigenlijk allemaal aan de hand”. Het archiverende brein werd compleet verwaarloosd, dat weet ik nu. Net zo goed als dat ik nu te vaak om me heen zie dat velen er noodgedwongen voor kiezen om meer te doen met minder. Dat maakt het niet beter. Voor niemand.’

Wil je hierover van gedachten wisselen, dat kan via psm@tg.nl.