BLOG ‘Wind tegen in de ouderenzorg’

Aanpakken en koers houden

Door: Paul Smits, Partner TGIM

Stel je eens voor dat je als zorgbestuurder met je team aan een zeilevenement meedoet. Niet zomaar een beetje varen, maar een bloedserieuze wedstrijd zoals de Volvo Ocean Race. Supersnelle boten, volle concentratie, streng geselecteerde mensen aan boord, ieder met een eigen taak en volledig op elkaar ingespeeld.

Op het scherp van de snede op weg naar de finish. Winnen is het doel, maar niet elke etappe gaat voor de wind. Eén foute inschatting van een teamgenoot en de gevolgen zijn rampzalig. Jij als ‘schipper’ moet elk moment de juiste beslissingen nemen om koers te houden en op stoom te blijven. Een enorme uitdaging waarbij het uiterste van de hele ploeg wordt gevraagd, zeker als de wind aantrekt en bovendien uit een ongunstige richting komt. Aan boord leer je als nergens anders over leiderschap, samenwerken, volhouden en juiste keuzes maken, maar alleen als het hele team bereid is naar elkaar te luisteren.

Tijd voor actie
Vergelijk deze situatie met de zorg. De zorg ligt al langere tijd onder een vergrootglas. Werknemers hebben het zwaar, care ligt onder vuur, niets is goed, veel cliënten zijn (soms terecht) ontevreden, media zitten er boven op, er is veel kritiek van politiek, publiek en inspectie en ondanks de belofte van honderden miljoenen is er altijd gebrek aan geld en is de werkdruk enorm. Kort gezegd; de zorg heeft de wind fors tegen. Tijd voor actie, laveren, op tijd overstag gaan en zorgen dat de boot een minder onstuimige koers gaat varen. Aanpakken en koers zetten en houden daar gaat het om, maar doe het in de juiste volgorde om uiteindelijk de eindstrijd te halen. Kijk waar je heen wilt en hoe je daar het beste kunt komen. In plaats van tegen de wind (wat niet werkt), kun je beter aan de wind gaan varen. Dat kan gevaarlijk zijn, maar het levert wel wat op. Kom je die fase zonder kleerscheuren door, dan wordt het makkelijker. Dan kom je in de ruime wind.

Ga in gesprek
Navigeer weg van de lijstjes en kwaliteitskaders. Kijk daarvoor in de plaats naar je klanten, bewoners, patiënten en nog belangrijker; luister naar ze. Ga in gesprek met de mensen om wie het draait. Ontdek wat ‘jouw’ mensen, cliënten én medewerkers, denken over wat beter kan en onderzoek waar ze wel tevreden over zijn. Er gaat namelijk veel goed in de zorg, maar die positieve vibe wordt overschreeuwd door de vele regels waar zorg zich aan moet houden. Zorgbestuurders zijn inmiddels zo bang dat ze ‘geofferd’ worden dat ze zich gevangen voelen door wat administratief moet en het echte belang van de mensen waar het om draait over het hoofd zien. De zorg heeft veel analogie met wedstrijdzeilen. Constant de zeilen bijstellen, niet klagen over de wind, maar luisteren naar de wind en koers zetten en houden. Je eigen koers, want als het goed is weet je als zorgbestuurder als geen ander hoe je het beste resultaat voor alle betrokkenen kunt bereiken. Geen makkelijke opdracht in deze tijd, maar wel haalbaar. Maar misschien heb je als ‘schipper’ in de zorg een betrouwbare tweede stuurman nodig die meedenkt. Die je helpt alle boeien te zien en de juiste koers te bewaken. Schroom dan niet om contact op te nemen, wij weten als geen ander hoe de wind waait in de zorg.
paul.smits@tg.nl

BLOG ‘Organisaties, kunstmatige intelligentie, mensen en verhalen’

Anjo Roorda, zelfstandig interimmanager bij TGIM

Nieuwe tijden brengen nieuwe verhalen. Over de tomeloze groei van exponentiële organisaties bijvoorbeeld: zie mijn voorgaande blog. En over wat ondernemingen en overheden allemaal kunnen met Big Data en kunstmatige intelligentie: technieken die heel veel inzicht bieden maar die toch niet de hele werkelijkheid dekken. Historicus Yuval Noah Harari zet wezenlijke vragen op scherp over wat het betekent mens te zijn en méér dan een verzameling ‘biologische algoritmen’ en patronen¬herkenners.

Een slimme algoritme, meldt de genoemde Harari, heeft niet meer dan 300 ‘Likes’ nodig voor een haarscherp beeld van wie achter die voorkeuren schuil gaat. Alledaagse bezigheden krijgen door kunstmatige intelligentie verstrekkende gevolgen. Niet de spreekwoordelijke Big Brother die alles ziet schakelt ons uit: we hollen onszelf uit in een reeks van kleine, dagelijkse beslissingen en die voelen goed, want als platforms en algoritmen alles van ons willen weten voelt dat als aandacht en we zijn graag onderdeel van iets groters.

Kattenfilmpjes
Yuval Harari schrijft dit in zijn nieuwste boek, Homo Deus, door DWDD tot Boek van de Maand uitgeroepen en op weg, na Sapiens, zijn tweede wereldwijde bestseller te worden. Met ‘Deus’ (god) bedoelt hij dat we ons, nu honger, ziekte en oorlog ons minder bezighouden, richten op onster¬felijkheid, geluk en goddelijkheid. Voor die vermeende goddelijke almacht (en gratis internet en grappige kattenfilmpjes) leveren we betekenis in. Harari bepleit nadenken over onze keuzen

Algoritmen herkennen patronen, niet alleen in onze ‘Likes’. Als algoritmen ons beter kennen dan wij onszelf, schrijft Yuval Harari, waarom dan nog stemmen? Onze ‘vrije wil’ is al niet meer dan een verhaal: onze verlangens drijven ons en die verlangens bepalen we niet zelf. We zijn een kakofonie van stemmen en bestaan uit verschillende en vaak conflicterende entiteiten: één zelf ervaart en een andere zelf vertelt. Onze belangrijkste keuzen, schrijft Harari, maakt de verteller in ons: ik, dat is het verhaal in mijn hoofd.

Druk maken
Systemen hebben van zwevende kiezers geen last. Regeringen die de snelheid van de ontwikkelingen niet kunnen bijhouden worden obsoleet; de markt zal bepalen wat gebeurt. Geef een computer tijd en op den duur kan hij elke taak overnemen. Wat we op slimme systemen voor hebben: bewustzijn, is voor steeds minder taken nodig. Zelfs menswetenschap¬pen zijn ons gaan zien als een biologisch systeem van algoritmen. Waarom ons daar druk om maken?

Van geest en bewustzijn begrijpen we nog steeds heel weinig, maar in de ontwikkeling van de mens is veel van de waarnemingen van onze zintuigen verloren gegaan en de digitale revolutie kan een volgende reductieslag brengen, meent Harari. Zoals we met onze onder de zon ontwikkelde ogen maar een heel klein deel van het spectrum zien, onderzoeken we maar een heel klein beetje van de menselijke variatie (psychologisch onderzoek betreft vooral de verplichte proefkonijnen: Amerikaan¬se psychologiestudenten), weten we weinig of niets meer van de ooit rijke verzameling menselijke culturen, hebben we geen idee van de beleving van (andere) dieren en laten we ons vooral bepalen door tijdgebonden economische en politieke behoeften.

Nieuwe verhalen
Als we onze toch al gereduceerde geest kunstmatig uitbreiden, zoals Ray Kurzweil voorstaat in How to Create a Mind, doen we dat dan op basis van de juiste vooronderstellingen? Liefde, angsten en emoties zijn uitdrukkingen van miljoenen jaren opgebouwde praktische wijsheid. Organismen zijn misschien toch geen algoritmen, suggereert Harari, leven is mogelijk niet terug te brengen tot het nemen van beslissingen en vermoedelijk is ons leven toch niet gelijk te stellen aan data processing. Wat Harari noemt ‘dataïsme’ als nieuwe religie kritisch beoordelen is volgens hem ‘waarschijnlijk de grootste wetenschappelijke uitdaging van deze eeuw’ en ook ‘het meest urgente politieke en economische project’.

Systemen die ons het best kennen: Harari ziet er het einde in van het verhaal waarin de mens de wereld zin geeft. Willen we ons werkelijk zien als niet meer dan algoritmen? Geven we onszelf over aan kunstmatige intelligentie zonder bewustzijn? Harari nodigt ons uit daar goed over na te denken. Kunstmatige intelligentie, algoritmen en het Internet van Alle Dingen: ze vragen om verhalen waar we zelf ondanks, maar waarom niet ook vanwege onze onvolkomenheden nog steeds in voorkomen. Artificial Intelligence (AI) moet intelligente assistentie (IA) zijn, stelt Pulitzer Prize winnaar Thomas L. Friedman. Daarover een volgende blog.

Succesvol TGIM Social Event 6 april 2017

Vol krachtige discussie en oneliners

Regelmatig organiseert Twynstra Gudde Interim Management inspirerende bijeenkomsten voor haar interim managers. Ook begin april stond een zogenaamd TGIM Social Event op de agenda met als onderwerp ‘Leiderschap is een exponentiële werkelijkheid’.

Technologie verandert business modellen en creëert nieuwe mogelijkheden voor organisaties om relevant te zijn en te blijven. Hebben alleen bedrijven die adaptable to change zijn, overlevingskans en wat kun je als leider doen om nieuwe mogelijkheden te omarmen en als wapen in te zetten? Aan Theo Rinsema, de eer een inleiding te verzorgen en antwoord te geven op deze vragen.

Opruimen

Rinsema is onder andere ex-directeur Microsoft Nederland. Hij nam de aanwezigen mee langs een aantal technologische ontwikkelingen die de wereld in grote snelheid veranderen. Hij betoogde dat de Wet van Moore illustreert dat de voortgang van de techniek eigenlijk niet te beïnvloeden is, dat oude business modellen legacy zijn geworden en start-ups sexy, en dat alleen baanbrekende interventies continuïteit kunnen gaan bieden. Hij benoemde deze interventies als volgt: schaf de scorecard af, schaf de hiërarchie af, stop de interne focus en bouw oude technologie af. Met andere woorden, ruim de shit op. Dit opruimen zorgt voor nieuwe ruimte voor ondernemingspassie, waarbij we nieuwe technologieën moeten omarmen. De snelheid van nieuwe technologie zorgt namelijk voor een exponentiële ontwikkeling van diverse business modellen. Het is de kunst om de juiste richting te kiezen, aldus Rinsema. Je kunt de toekomst niet voorspellen, maar je kunt wel de toekomst van je onderneming creëren.

Oneliners

Over de razende snelheid van technologische vernieuwing ontspon zich tussen de aanwezigen en Rinsema een mooie filosofische gedachtewisseling over het vraagstuk of systemen voor mensen werken of mensen voor systemen. Deze discussie mondde uit in een aantal stevige oneliners; recover your passion, develop leadership, make failure an option en become right and left handed. Pakkende kreten die zeker een richting bieden voor beter handelen. De vraag of de techniek leidend wordt ten opzichte van de mensheid is nog niet te beantwoorden. De techniek is ons qua snelheid van ontwikkeling allang gepasseerd, maar de leiding (lijkt) nog niet overgenomen.

BLOG ”Invoering medische technologie in het ziekenhuis vereist een kritische blik op de organisatie’

Door René Drost, ingenieur in de zorg, verbonden aan Twynstra Gudde Interim Management

Ziekenhuizen worden steeds meer afhankelijk van technologie. De infrastructuur van een ziekenhuis bestaat uit een complex geheel van gebouw, voorzieningen voor gas, water en lucht, IT en een groot scala van losse medische apparatuur dat daar allemaal mee verbonden is. Het is een lange keten van afhankelijkheden. Als er ergens een schakel niet functioneert, dan heeft dat invloed op het verlenen van goede zorg. En al deze technologie verandert razendsnel.

Veilige zorg
De technologie bepaalt ook in grote mate de veiligheid van de verleende zorg. Denk aan het incident op de OK van het toenmalige Twenteborg ziekenhuis in 2006 waarbij een patiënt om het leven kwam. Het NIVEL doet onderzoek naar de invloed van technologie op de veiligheid in ziekenhuizen. Uit rapportages blijkt dat er jaarlijks bij circa 0,7% van alle meerdaagse opnames in Nederland sprake is van onbedoelde schade aan patiënten die gerelateerd aan het gebruik van medische technologie. Eind 2016 heeft IGZ gerapporteerd over de meldingen in 2015. Ongeveer een derde van alle meldingen betrof medische technologie. Er is dus alle reden voor raden van bestuur om aandacht te geven aan de veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis.

Er zijn handvatten voor het goed organiseren van technologie. In de afgelopen jaren heeft NVZ een aantal praktijkgidsen gepubliceerd. De Federatie van Medisch Specialisten heeft inmiddels drie leidraden opgesteld. Er is door NVZ en NFU een minimale set van eisen gebundeld in het zogenaamde “Convenant Veilige Toepassing van Medische Technologie in de Medisch Specialistische Zorg” (tweede druk is in 2016 gepubliceerd). Deze set van eisen is door de inspectie van de gezondheidszorg omarmd en wordt sinds 2014 gebruikt als instrument voor toetsing en handhaving. Dat de inspectie dit serieus neemt, blijkt uit het feit dat inmiddels meerdere ziekenhuizen onder verscherpt toezicht zijn gesteld of een aanwijzing hebben gekregen. De eerste instructies van de inspectie over dit onderwerp dateren van 2002. Dat betekent dat dit dossier al zo’n 15 jaar speelt. Waarom duurt het zo lang?

Het implementeren van deze set eisen blijkt in de praktijk weerbarstig. Het gaat immers om de veilige toepassing van alle typen medische technologie zoals apparatuur maar ook om disposables, instrumenten, software en implantaten. En het is belangrijk dat alle zorgprofessionals bekwaam zijn om hiermee te werken. Implementatie gaat verder dan het afvinken van lijstjes. Natuurlijk moet er een structuur zijn waarin zeker wordt gesteld dat “mens en de machine” voldoen aan de eisen. Maar er moet ook een regelkring zijn om er voor te zorgen dat dat zo blijft. En de hele rits van uitzonderingen op de regel moet goed worden bewaakt: hoe gaan we om met spoedaanvragen, recalls en “compassionate use”, om er maar een paar te noemen.

Organisatie
De praktijk wijst uit dat je er dan nog steeds niet bent. De Governance Code 2017 vereist bovendien van raden van bestuur dat zij niet alleen goede en veilige zorg zeker stellen maar ook borgen dat er een cultuur is waarin deze zorg tot stand komt. Cultuur en structuur gaan hand in hand. Ziekenhuizen zijn groot, complex en staan niet te wachten op grote veranderingen. Toch is het nodig om kritisch naar de organisatie te blijven kijken. Zijn we eigenlijk nog wel nog wel ingericht op de wereld van snel veranderende technologie? Wat doen we goed en wat laten we liggen? Twynstra Gudde heeft een model ontwikkeld waarmee snel een analyse kan worden gemaakt of de organisatie in staat is om anno 2017 goede zorg met veilige technologie te leveren en aan de eisen van de inspectie te voldoen.

In contact komen met René?
Klik hier!